Accessorize!
Een modieuze zonnebril van goud en kunsthars kan een heel stijlvolle niqaab- of boerqa-vervanging zijn. In landen bij voorbeeld waar deze niet zijn toegestaan ..... Het filmpje is een hele zit, maar dan weet u echt alles. Met dank aan.
Een modieuze zonnebril van goud en kunsthars kan een heel stijlvolle niqaab- of boerqa-vervanging zijn. In landen bij voorbeeld waar deze niet zijn toegestaan ..... Het filmpje is een hele zit, maar dan weet u echt alles. Met dank aan.
De Iraanse minister van buitenlandse zaken Mottaki wilde op TV. Daartoe is hij onverwacht naar de Veiligheidsconferentie in München gereisd, waar de camera’s en microfoons van de gehele wereld op hem gericht werden. Op alle Duitse netten was hij voortdurend te zien, en elders zal dat ook zo zijn geweest. Voorpagina’s van kranten dito. Hij zag er niet uit en had niets te zeggen: geen nieuws dus.
Dat hij deze media-aandacht zou krijgen was geheel voorspelbaar. Daarom was hij ook gekomen, om een beetje te jennen en de agenda van de conferentie door de war te gooien. Ook geen nieuws; dat hebben de Iraniërs al zo vaak gedaan.
Waarom zitten onze vrije journalisten zo gevangen, waarom kunnen ze niet de vrijheid nemen zo’n onbenul te negeren?
Deze observaties van mij zijn ook al vaker gedaan. Ik heb ook geen nieuws.
Vrijdag heen met een grote omweg, via Limburg en Koblenz, om de sneeuwgebieden te vermijden. Toch nog anderhalf uur door de sneeuw geploeterd. Aan de andere Rijnoever begon het warme West-Europa, met zijn onserieuze, klamme luchten. Vandaag maar een kwartiertje lichte sneeuw.
Als je gedwongen bent langzaam te rijden, bijv. omdat het sneeuwt of omdat er maar één rijbaan schoongemaakt is, spaar je wel een hoop benzine. Die heb ik in Amsterdam in een parkeermeter moeten gieten: 24 € voor een avondje parkeren. Niet leuk voor mensen met een Duits salaris.
In Leiden lekker brood gegeten, zie onder "Brood 2".
De antropoloog Oskar Verkaaik schrijft in de NRC van 30 januari over de homosexualiteit in Pakistan. “Waarom hebben Pakistanen geen probleem met homoseks?” Tot mijn genoegen bevestigt hij mijn vermoedens dienaangaande.
In het leesgezelschap werd Nop Maas’ biografie van Gerard Reve besproken. Aan die auteur had ik jaren niet meer gedacht, maar nu komt de volgende gedachte op: was het niet Reve die begonnen is met het botte, provocerende en moedwillig kwetsende taalgebruik dat zo typisch is geworden voor het moderne Nederland? Loopt er niet een directe lijn van hem naar Theo van Gogh en Wilders? (Maar bij Reve moest je tenminste nog lachen.)
In ieder geval is hij, net als Maarten Toonder, een auteur die het naoorlogse Nederlands zeer sterk heeft beïnvloed.
Het kwelt mij soms dat ik als Emigrant de ontwikkelingen in Nederland niet meer begrijp. Naar mijn gevoel ben ik echter een eind op weg geholpen door een kort artikel waarin Bastiaan Bommeljé het ontstaan van mislukkingen in de politiek analyseert. Het heet "Deze maand" en staat in het nieuwste nummer van Hollands Maandblad. Het is maar één pagina lang. Op mij werkte het als een openbaring, maar misschien weet iedereen het al.
De winter hoeft voor mij niet, in het algemeen, en deze al helemaal niet. Het enige wat mij met dit seizoen verzoent is de bloedsinaasappel! Daar houd ik van, en ze zijn er juist in januari en februari. Uit Sicilië.
Morgen zou ik naar Nederland rijden, maar het kon wel eens wezen dat ik moet afzeggen, vanwege de te verwachten sneeuw. Ik volg het weerbericht van uur tot uur, maar het wordt niet beter. En ik had juist zo'n zin! Het betrof een bijeenkomst van het leesgezelschap waarvan ik sinds twintig, of is het dertig? jaar lid ben.
Tegen zo'n teleurstelling helpen zelfs bloedsinaasappels niet, maar toch: een warm pleidooi voor deze heerlijke vrucht, die meestal niet zo doodgekweekt smaakt als die opgeverfde oranje sinaaspappels.
De hoogleraar klassieke talen Erich Segal is overleden. In brede kring is hij vooral bekend geworden door zijn sentimentele liefdesroman Love Story (1970). En wat schrijft de NRC in het levensbericht?
In één klap veranderde Segal, de Kluun van zijn dagen, van een anonieme hoogleraar in een ster. In vier weken tijd verscheen hij vier keer in de Tonight Show van Johnny Carson. Als kenner van de klassieke atletiektraditie en als hardloper schopte hij het tot sportcommentator bij de zender ABC tijdens de Olympische spelen.De NRC (of is het heel Nederland?) heeft blijkbaar de Amerikaanse waardenscala overgenomen. Een hoogleraar (Yale, later Oxford) is niets waard; je schopt het pas tot iets door geld, tv-kijkcijfers of een combinatie van beide.
Scott Brown, de nieuwe Republikeinse senator uit Massachusetts, heeft in 1982 geposeerd voor het tijdschrift Cosmo. Aan zijn gebit kun je zien dat hij als student al particulier verzekerd was, en de rest van zijn gezond en verzorgd uitziende lichaam wijst daar ook op. Hij zal dus waarschijnlijk niet voor Obama's zorgverzekering stemmen.
Zou u graag Nederlandse politici (m/v) als centerfold in een tijdschrift zien?
Nu ik de laatste tijd zulke akelige berichten over sociale problemen in Nederland te lezen krijg (kutmarokkanen, hangjongeren, rassenrellen), vraag ik mij af of de oplossing niet eenvoudig ligt bij het naleven van wetten en regels, kortom: bij gezagshandhaving. Of liever: had gelegen, want de geest steekt nu zijn kopje al een heel eind uit de fles.
Nederland houdt zelf niet van regels en vindt zichzelf buitengewoon vrijheidslievend. Het neigt dan ook erg tot ‘gedogen’, het niet naleven van de eigen wetten, wat bij het jonge volkje onduidelijkheid schept en het zoeken naar gaatjes in de wet aanmoedigt. Als er nergens sancties op staan, ja wat verwacht je dan? Bovendien is er nauwelijks politie en de rechterlijke macht is mild. Maar ook een instelling als de onderwijsinspectie heeft blijkbaar veel ‘gedoogd’, zoals misstanden bij islamitische scholen en pseudo-universiteiten.
In de grote winkelstraat Zeil in Frankfort patrouilleren er elke zaterdag vele undercover agenten. Er gebeurt dan ook haast nooit iets. De dealertjes die nú nog bij het metrostation Konstabler Wache staan doen hun werk erg discreet, en ook aan de zweckfremde Benutzung van de herentoiletten is paal en perk gesteld. Maar ook in andere wijken zijn er nooit problemen met uit de hand gelopen tuig. Frankfurt geldt hier als een van de gevaarlijkste steden, maar vergeleken met Amsterdam is het een eitje. In de stadstreinen naar de buitenwijken rijden in de stille avonduren bewakers mee. Ook daar gebeurt niet veel. (Buiten op het station en verderop weer wél; niet alles kan bewaakt worden, en voorstadsjeugd verveelt zich) De politie is niet overal, maar hangjongeren en boefjes weten dat zij bestaat en dat er niet mee te spotten valt. Ook in andere contexten krijgen zij discipline opgedrongen.
Als er demonstraties zijn, voor het Amerikaanse consulaat of iets met Koerden of Nazi’s of zo, is er een zó grote overmacht van politie (honderden soms), dat niemand het in zijn hoofd haalt om handtastelijk te worden. En die agenten zijn ijzig correct en slaan er allang niet meer ongecontroleerd op los. De corpsen hebben sinds de jaren zeventig hun lesje wel geleerd.
Ik herinner mij dat er in Nederland altijd heel weinig politie was. Je moest haast een moord plegen om een agent te zien te krijgen. Het officiële argument om de politie klein te houden was meestal: Maar we willen toch geen politiestaat!? en daarbij werd dan graag meteen aan de Gestapo gedacht. Ik vrees dat de ware reden Hollandse zuunigheid was en niets anders. Een eng economisch denken, waarin wel oog is voor de kosten van bij voorbeeld een politiemacht, maar niet voor de kosten die ontstaan door het ontbreken daarvan. Goedkoop is duurkoop.
De politie moet natuurlijk wel goed zijn. In Frankfort en hier is zij dat geloof ik wel: Ze weet dat er op haar gelet wordt, en ze let op zich zelf. Je hebt geen ogenblik het idee dat je in een akelige politiestaat leeft, net zo min als in het streng bewaakte Londen trouwens. (In de ex-DDR schijnen de agenten echter soms ‘te laat’ te komen als de skinheads aan het meppen zijn, of ze arresteren de slachtoffers in plaats van de daders.)
In Nederland heb ik eens zo moeten lachen toen er een Britse drugsexpert had gezegd dat hij niet begreep waarom de Amsterdamse politie het (toen nog kleine) drugsprobleem niet kon oplossen. Hij zei: de politie moet hier óf corrupt zijn óf incompetent. Natuurlijk trapte er een commissaris in, die witheet op de TV verklaarde dat zij niet corrupt waren ....
Daar heb je het nou al. Google mag niet voor een zacht prijsje onze bibliotheken digitaliseren, dus nu springt er een (in Nederland gevestigde!) roofdierfirma in het gat, die nog zeer veel mensonvriendelijker is dan Google. De literatuur die zij aan de man wil brengen zal u niet interesseren, maar let u eens op de prijzen! Vijf- of tienduizend Euro is daar heel gewoon.
Natuurlijk wilde u altijd al weten wie de ontharingspasta heeft uitgevonden. Welnu, dat waren de satans, op verzoek van koning Salomo. Deze kreeg namelijk bezoek van Bilqis, de koningin van Scheba, en die had behaarde benen, wat hij onaantrekkelijk vond. Hij kreeg die benen te zien toen zij haar rok optrok bij het overschrijden van een glazen paleisvloer.
Die vloer herinnert een beetje aan de Glastanzdiele hier in Hermershausen. Die dient toch ook om de benen van de meisjes te zien en van onderen te belichten?
Is die Emigrant in den vreemde nu echt knettergek geworden? Nee hoor; ik zal wat fragmenten citeren uit het boek waar ik het uit heb: de Profetenverhalen van de elfde-eeuwse Arabische auteur al-Tha‘labi.
De satans hadden tegen Bilqis samengespannen en Salomo over Bilqis verteld: ‘Haar voeten zijn als ezelspoten en zij heeft behaarde benen, omdat haar moeder een djinn was.’ Salomo wilde de waarheid weten en haar voeten en benen zien, en daarom beval hij dat paviljoen te bouwen. [...] Toen Bilqis kwam zei men tot haar: ‘Ga het paviljoen binnen.’ Toen zij het zag, dacht ze dat het diep water was, dus ontblootte zij haar benen om het te doorwaden naar Salomo. Deze keek naar haar, en bevond dat zij prachtige benen en voeten had, behalve dat haar benen behaard waren. Toen Salomo dat zag wendde hij zijn ogen af en riep haar toe dat het maar een paviljoen was met een glazen vloer, en geen water. [...] De geleerden zijn het er niet over eens wat er met haar gebeurde toen zij zich [aan God] overgegeven had. De meesten zeiden dat Salomo daarna met haar wilde trouwen, maar bij nader inzien een weerzin gevoelde tegen het overvloedige haar op haar benen en dacht: ‘Wat is dat lelijk!’ Daarom vroeg hij de mensen om een middel om het te verwijderen, en ze zeiden: ‘Een scheermes.’ Maar de vrouw zei: ‘IJzer heeft mij nog nooit beroerd.’ Dus zag Salomo daarvan af, want hij dacht dat het in haar been zou snijden. Toen vroeg hij het aan de djinns, en die zeiden: ‘We weten het niet’. Daarop vroeg hij het aan de satans, maar die logen en zeiden ook: ‘Wij weten het niet.’ Maar toen hij sterk aandrong zeiden ze: ‘We vinden wel wat, zodat haar benen blank als zilver zullen worden.’ Toen maakten ze voor haar ontharingspasta klaar en een bad. Ibn Abbâs zegt dat dat de eerste maal was dat er een ontharingspasta werd gezien. Toen trouwde Salomo met haar.Goed, als Emigrant dan misschien niet knettergek is, dan toch die verteller? Ook niet echt. We hebben hier te maken met een stukje Koranuitleg van het type midrasj. Bij christenen niet bekend, maar bij joden en moslims wel. Als basis wordt een vers of fragment uit de Schrift genomen en daaromheen wordt een verklarend verhaal gecomponeerd. Ten grondslag ligt hier Koran 27:44:
Men zei tot haar: ‘Treed het paviljoen binnen’. Toen zij het zag dacht zij dat het diep water was en zij ontblootte haar benen. Hij zei: ‘Het is een paviljoen met een glazen vloer.’ Zij zei: ‘Mijn Heer, ik heb mij zelf onrecht aangedaan en ik geef mij samen met Salomo over aan God, de Heer der wereldbewoners.’Op basis van dit ene koranvers is het hele verhaal van die behaarde benen en het middel daartegen ontstaan. In de vertaling hier boven heb ik de woorden uit de koran gecursiveerd. Het verhaal over Salomo en Bilqis is veel langer; er zijn ook meer koranverzen over die ontmoeting. De profetenverhalen gaan terug op de vertellers uit de eerste eeuw van de Islam, die de opdracht hadden de koran uit te leggen en de verhalen over de profeet te vertellen, maar ook die over de vroegere profeten, zoals Salomo. Later zag men niet veel meer in die vertellers en kwamen de serieuze wetgeleerden, de ‘ulamâ’, aan bod.
"Boy, breng je nog wat thee?", riep mijn moeder ineens. We zaten in het restaurant van het bejaardenhuis waar ze woont. Ik dacht: wat krijgen we nu, denkt ze dat we in de koloniën zijn? Zo feodaal was ze nog nooit.
Maar nee, de hulp die daar werkte bleek Boy te heten.
Volgens een enquête is 58% van de Duitsers tegen de door het kabinet geplande belastingverlaging. Zoiets zie ik in Nederland nog niet gauw gebeuren. Blijkbaar begrijpen de Duitsers ook, dat het hier met minder overheidsinkomsten alleen nog maar sjofeler kan worden. En/of dat dat geld dan wel ergens anders van ze weggepakt zal worden.
Met Daisy wordt het ook weer niets in Marburg. Het hele weekend zou dit lagedrukgebied in Midden-Duitsland rampzalig weer teweegbrengen: storm en stuifsneeuw, maar hier is niets aan de hand. Ik kon gewoon boodschappen gaan doen en hoef de noodrantsoenen niet aan te spreken.
Vorige week reed ik met de trein naar Berlijn. Ik had mij al zorgen gemaakt: het zou een van de ijzigste en sneeuwigste dagen worden en zonder twijfel zou de trein tussen de eeuwig zingende aardappelvelden van Stendal ingesneeuwd raken. Maar nee: hij reed normaal en stipt op tijd. Op de terugweg, een nog koudere dag, had ik één uur vertraging. Dat zou ik met de Duitse spoorwegen ook zonder sneeuw en ijs wel gehad hebben.
Het zijn blijkbaar de media en de bladen die ons telkens een ramp willen aanpraten. Maar wij laten ons niet opfokken, we schenken nog eens in en neuriën mee met het oude lied: Hallo, was machst du heut', Daisy?
Wat vooraf ging
Brood 1
Het voorhanden zijn van goed brood en het vermogen dat te waarderen heeft ook te maken heeft met godsdienst. Protestanten doen maar gewoon, dan doen zij al gek genoeg, en eten zoals bekend wat de pot schaft. Anders gezegd: zij dienen dankbaar te zijn voor wat de Heer hun gegeven heeft, niet uit verdienste, maar uit genade. Katholieken daarentegen letten heel goed op wat er op hun bord ligt. Hebt u wel eens een Italiaan horen klagen over de niet geheel perfecte al-dentiteit van zijn pasta? Daarbij kan een protestant alleen maar met zijn oren klapperen. Geen wonder dan ook dat goed voedsel vooral in katholieke streken is te vinden. Ook in Nederland is de culinaire scheiding tussen Noord en Zuid-Nederland nog goed voelbaar, en België is een regelrecht culinair paradijs. Ik herinner mij een Belgische collega, die mij in Amsterdam wat tactloos vroeg: Eten jullie hier altijd junk food? Ik moest het helaas bevestigen; en we zaten niet bij McDonalds of de Febo.
Cuius regio eius religio was indertijd de regel hier in Duitsland: de landheer bepaalt de godsdienst. Vandaar dat Marburg en omgeving protestants is, want Landgraaf Philipp was er al in 1527 bij, heeft Luther uitgenodigd en een van de oudste protestantse universiteiten gesticht. Uitzondering vormen de katholieke eilandjes, die aan de bisschop van Mainz toebehoorden. Natuurlijk is het niet zo, dat je nu maar naar een katholieke dorp hoeft te fietsen om een goede bakker te vinden; zo simpel is het nu ook weer niet. Het zit hem meer in de grote lijnen.
Je zou ook kunnen zeggen: Marburg kon en kán alleen maar protestants zijn. Het landschap en het weer roepen dwingend op tot protestantisme, of althans tot een frugale levenshouding en religie. Vroeger groeiden hier ook druiven, was het zelfs een wijngebied, maar na een klimaatverandering een paar eeuwen geleden was dat voorbij. Viel deze samen met de geestelijke klimaatverandering, de Reformatie? Moet ik eens nagaan. Nee, het lijkt wel of Marburg allang protestants was: de Heilige Elisabeth roep ik hierbij uit tot ereprotestantes.
Geld
Natuurlijk heeft goed eten ook met geld te maken. Arme mensen kunnen niet naar de goede bakker. En er zijn mensen met een bescheiden inkomen, die slecht brood kopen omdat ze anders de nieuwe schoenen of de pianoles voor hun kind niet kunnen betalen. Dat is te begrijpen. Toch zijn er ook streken waar arme mensen wel degelijk van lekker brood genieten: boeren in Calabrië ofzo, die bakken hun eigen voortreffelijke brood. Zij kennen niet eens het recept van slecht brood. En in Italië, Frankrijk of Beieren zou toch niemand erover piekeren, slecht brood te gaan eten?
Goede smaak
Het voorhanden zijn van goed brood heeft natuurlijk te maken met de aanwezigheid van een clientèle die dat op zijn waarde kan schatten. En daar scoren de protestanten slecht; zie mijn vroegere log.
Hier kan ik de ex-katholiek Leo citeren, die het Nederlandse probleem prima onder woorden heeft gebracht:
"Belangrijk aspect is toch voor ons Nederlanders de prijs. Bij de Boni was gisteren het meergranen-bruinbrood 0,89 € terwijl je bij de lokale warme bakker een soortgelijk brood ook kunt kopen voor 2,12 €. Dat is best een groot prijsverschil en of je dat nu terugvindt in de kwaliteit?"
Dat herkennen van kwaliteit, daar gaat het om. Dat moet je leren en dat duurt een tijd. Het devies zou moeten zijn: voor ons is alleen het beste goed genoeg, en voor de kinderen zeker! Maar het leren genieten van de dingen wordt erg bemoeilijkt wanneer er op de achtergrond voortdurend een protestante stem als die van mijn grootvader klinkt. Want mocht er in Evangelistan onverhoopt iets van genot op de loer liggen, dan wordt dit doeltreffend bestreden met de welbekende religieuze argumenten, of met postchristelijke moderne argumenten (CO2-uitstoot, pesticiden, regenwoud). In drie minuten is de eetlust bedorven, en zullen we dan maar weer een blikje van Unox opentrekken?
Het prijsverschil in Leo's voorbeeld is inderdaad erg groot. Maar hoe komt dat? Oók omdat er zo weinig vraag is naar het betere. Als goed brood gewoon was zou het ook goedkoper zijn.
(Verwarrend is bij dit alles natuurlijk dat er ook slechte warme bakkers en relatief goede broodfabrieken bestaan.)
Die contra-revolutie in Iran lijkt een beetje op kotsen. Je voelt het opkomen, een eerste braakimpuls, je gaat boven de WC-pot hangen maar het wil nog niet komen. Even later weer, heftiger, er komt wat uit maar je ware is het nog niet. Het wachten is op de grote doorbraak, soms nog heel wat later: de alles onderspattende golf waar geen houden meer aan is.
Ik wens alle Perzen, Turken, Arabieren en anderen die in de veelvolkerstaat Iran wonen in 2010 een opluchtende kotspartij. Gooi het eruit jongens! En de meiden ook natuurlijk; die nog meer.
In Marburg (kernstad: 60.000 inwoners) is geen behoorlijk brood te krijgen. Hoe komt dat? Er zijn sociaal-economische oorzaken aan te voeren: kleine ambachtelijke bakkers waren niet meer opgewassen tegen de druk van supermarkten en regionale ketens, waarvan er hier minstens vier de markt beheersen. De bevolking is enerzijds armer dan vroeger en krijgt anderzijds een groter assortiment van wereldgoederen opgedrongen. Zij heeft dus minder geld over voor brood.
In het grotere Frankfurt waren er nog twee goede ambachtelijke bakkers; gelukkig niet zo ver van mijn woning. 's Zomers neem ik op mijn fietstochten vaak brood mee uit de dorpen. Ook staat er op de markt hier een bakker uit een dorp; helaas een niet zeer getalenteerde.
Ambachtelijk gebakken brood is duurder dan fabrieksbrood. Dat is voor veel mensen een probleem, en daarom gaat het bergafwaarts met de Duitse broodcultuur. Voorgebakken opblaasbaar onzinbrood, ach u kent het uit Nederland, waar vreemd genoeg Albert Heijn onder alle broodgoochelaars niet eens een slecht figuur slaat.
De dieper liggende oorzaken van het broodverval zijn mijns inziens te zoeken bij de Heilige Elisabeth en de Reformatie.
Ooit leefde hier Elisabeth von Thüringen (1207–1231), de heilige die in Marburg gestorven is en van hieruit in duizend stukjes als relikwie verder verbreid is geraakt. Het was een Hongaarse prinses, die op haar nulde jaar beloofd werd aan een nog nader te bepalen prins van Thüringen en op haar vierde naar diens hof werd gebracht. Op haar 14e trouwde zij Ludwig von T., op haar 20e had zij drie kinderen maar werd zij ook weduwe, omdat haar man ter kruistocht toog en niet weerom kwam. Ze was vroom en liefdadig, en in plaats van te laten zien hoe je je vorstelijk moest kleden en gedragen, en goede schalmeispelers te subsidiëren zoals haar man het met minnezangers deed, haatte zij pracht en praal, bracht ze in lompen gehuld soep en medicijnen rond onder zieken en leprozen, geselde zij zich zelf en bracht ze hele nachten door in gebed. Op haar 24e stierf ze aan de gevolgen van haar levenswijze: door een besmettelijke ziekte namelijk. Ze werd terstond heilig verklaard. Alle Elisabeth-ziekenhuizen zijn naar deze vrouw vernoemd.
Onder alle wonderverhalen is voor ons dat van het rozenwonder relevant. Elisabeth nam tegen de uitdrukkelijke wil van haar man broodjes uit de vorstelijke keuken en deed ze in haar boezeroen om ze onder de armen te gaan verdelen. Onderweg kwam ze haar man tegen, die haar sommeerde te laten zien wat ze daar had. Ze tilde haar schort op en ziedaar: het waren rozen!
Het waarheidsgehalte van het verhaal is twijfelachtig, temeer omdat het ook over Elisabeth van Portugal wordt verteld. En haar man ondersteunde haar juist in die liefdadigheid, wilde alleen dat ze niet zo overdreef. En wat zou Dr. Freud ervan gedacht hebben? Maar hoe dan ook: als aetiologische sage is dit verhaal goed bruikbaar. Het verklaart namelijk waarom er in Marburg wel rozen te vinden zijn (in het Slotpark, in het luxe-hotel Villa Rosenpark), maar geen vorstelijke broodjes. Tot op den huidigen dag.
Wordt vervolgd
Ik had een flinke oorontsteking, dus de dokter dacht dat ik pijn had. Ook zei hij tijdens de behandeling: nu moet ik u even pijn doen. Ik voelde natuurlijk weer niets. Zo gaat het altijd: ik heb geen of maar weinig pijn als ik dat zou moeten hebben, en dokters en tandartsen doen mij minder pijn dan zij denken.
De oorontsteking leverde wel wat pijn op, maar deze was met drie of vier halve paracetamol per dag te bestrijden. Dat is weinig, dat was dus geen erge pijn. Het was eerder een gezeur in het hoofd, een onhelder hoofd, een verpest humeur. En het gevoel dat zo'n oorontsteking potentieel gevaarlijk is. De angst dat het erger kan worden.
Ein Indianer kennt keinen Schmerz. Ik denk om dezelfde reden als ik: als kind al de pijn van slaag gehad, dan word je ongevoelig.
Natuurlijk bestaat er ook de schreeuwende, door alles heengaande pijn van kankerpatiënten; van mensen die een uur in hun geplette auto ingeklemd liggen voordat de brandweer ze eruit zaagt; misschien van vrouwen die bevallen – ik weet niet precies hoe erg dat is. Het is eerder een toeval dat ik zulke vreselijke pijn nog nooit heb gehad. Een voorproefje was er toen mijn verstandkies getrokken was. Daar hielpen geen pijnstillers aan, dat was erg.
Het kasteel van Marburg, hoog boven de stad gelegen, is over het algemeen een aangename aanwezigheid. Het behoort aan de universiteit, bevat kantoren, zalen en een museum met harnassen en oude borden, en enkele representatieve ruimten voor events; het gewone gedoe.
Wanneer het echter zoals vandaag onder een witte deken schuilgaat en de lucht vuilgrijs is van nog meer sneeuw, dan is het net of de oude vorsten er nog in tronen. Dan gaat er dreiging uit van het indrukwekkende bouwwerk; zijn macht dreigt het stadje te verpletteren. Om die reden speelt Franz Kafka's sneeuwrijke roman Das Schloß ook in de winter; daarvan ben ik overtuigd. 
Tja, als ik niet zo'n goedgehumeurde optimistische ontkenner was geweest had ik de 23e of 24 al naar de dokter kunnen gaan. Maar ik kon het pas op eerste kerstdag toegeven: ik heb een oorontsteking. En nee: het ging níet vanzelf weer over. Bovendien is het nu vakantie. Een ideale werknemer als ik heeft zijn kwaaltjes altijd in de vakantie. Paracetamol onderdrukte doeltreffend de pijn, maar echt plezier in kersteten, muziek en vrolijk gezelschap kon ik niet hebben. De noodapotheek was niet bereid mij zonder recept oordruppels te verkopen; achteraf gezien terecht. Dokters waren pas vandaag weer ter beschikking, en hoe! Na vier vergeefse telefoontjes met oorartsen in Marburg, die allemaal op welverdiende vakantie waren, slaagde ik tenslotte in Kirchhain. Ik kon meteen terecht, dus de TomTom gepakt en op naar dat nest.
Dat was een rare verrassing: in die betrekkelijk kleine plaats sloeg dat apparaat geheel op tilt. Ze (ik bedoel Lucie, de spreekster van TomTom) snapte er niets van: linksaf, rechtsaf, probeer om te keren, uiteindelijk landde ik tussen twee marktkramen in een straatje met eenrichtingsverkeer. Kirchhain heeft waarschijnlijk geen contact met satellieten. Een zwart gat.
De arts constateerde een fikse oorontsteking, deed iets in het oor en schreef antibiotica voor. De doofheid en het gedempte pijngevoel zijn nu nog hetzelfde, maar ik ben opgelucht omdat er iets aan gedaan wordt. In een paar dagen zal het waarschijnlijk over zijn. Zaterdag ga ik naar Berlijn, dan moet het over zijn.
Kirchhain is zo'n achterlijk gat dat ze er nog een goede ambachtelijke bakker hebben. En ook de slager is uitstekend. Dus ik heb maar even boodschappen gedaan en mij een uur later thuis op een hoogwaardige broodmaaltijd getracteerd. Die smaakte me weer.
Wat gebeurt er als er iets niet in orde is met het lichaam? Ontkennen, ontkennen, ontkennen. Goed, ik ben werkelijk niet in staat mij zelf medisch te diagnosticeren. Het is maar een kleinigheid en het zal wel weer over gaan, dat is altijd de gedachtengang. Terwijl ik in werkelijkheid geen idee heb of het iets groots of iets kleins is. De buitenwereld staat meteen klaar met gruwelverhalen: de broer van een kennis had een nare pieptoon in zijn gehoor behouden doordat hij te laat naar een arts was gegaan. Mijn besluit wordt intussen steeds onwrikbaarder: híerdoor ga ik niet mijn humeur laten bederven! Maar op zeker ogenblik merk ik toch dat mijn gezicht in een kramp is geschoten, dat het humeur al weg is. Vrienden die mij wilde onthalen op een mooie opname van al wat ouder cabaret merkten op, dat ik niet eenmaal gelachen had. Ze hadden gelijk, en eigenlijk interesseerde die opname me wél. Ook kon ik met mijn hersens nog constateren dat het een goed optreden was; alleen lachen wilde niet lukken. Had ik anders wel gedaan.
En werken? Mijn hersens doen het nog, maar creatieve opgaven stel ik maar een dagje uit. Misschien wat vakliteratuur doornemen en dan eens een echt mooi boek lezen? Lezen is toch een normale bezigheid? Dat mag ook best eens. In die bijsluiter staat overigens niets over een wijnverbod.
Welk mooi boek dan? Er liggen er twee klaar: het net even aangebeten Uwe Tellkamp, Der Turm en Stephan Thome, Grenzgang. Van het laatste weet ik nog niet of het echt mooi is. Het is roman die zich in deze streek afspeelt; dat kan interessant zijn, of een "streekroman", met alle nadelen van dien. Dat ga ik maar eens proberen.
In de grote doos waarin mijn zuster de oude dingen bewaart, die bij overlijden of verhuizing van familieleden bij haar terecht zijn gekomen vond ik twaalf poezenkaarten die ± 1930-1934 aan mijn vader zijn gestuurd, gefrankeerd met 1,5 cent. Hij was toen tussen de zeven en elf jaar oud.
Waarom juist poezenkaarten? Uit een foto van hem bleek dat hij toen zelf een poes had, een poes die net jonkies had. Misschien was hij vol van poezen en hebben tantes en ooms gedacht: kom, een poezenkaart; dat is leuk voor die jongen. Maar het kan ook zijn dat die kaarten toentertijd in het algemeen erg in waren.
Onder poezenkaarten versta ik: ansichtkaarten waarop poezen zijn afgebeeld die in mensenkleding zijn gestoken en menselijke handelingen verrichten, zoals autorijden, fietsen, lezen, werken, aan tafel zitten enzovoort. Die kaarten zijn behoorlijk lelijk; ja zeg maar gerust afzichtelijk.
Een kleine zoektocht in het internet maakte duidelijk dat het woord poezenkaart inderdaad bestaat, en dat er veel van zijn. Maar uit 1930 heb ik er maar weinig gevonden.
Toen ik er zo mee bezig was herinnerde ik mij, dat ik zelf ook een poezenkaart heb bezeten. Hij zat in een insteekalbum waarin ik als kind ansichtkaarten bewaarde. Dat is er niet meer, maar ik zie nu veel van die kaarten weer gedetailleerd voor ogen. De meeste waren dorps- of stadsgezichten. In mijn tijd moest er 2 cent porto op, later zelfs 4.
Op mijn poezenkaart zag je een woonkamer met een gedekte tafel en een heel nest jonge poezen in mensenkleertjes dat aan het rondrennen en dollen was. Moeder poes had een schort voor en wilde juist het eten opdoen, maar niemand had er belangstelling voor. Net zo on-poes-achtig als die kleding dus. Ook schiet mij weer het rijmpje te binnen dat erop stond:
De tafel is gedekt, en moeder poes roept kwaad:(Of misschien was het: vader kat roept kwaad.)
‘Wie nu niet komt, die is te laat!’

In Egypte gaat de advent nog even door, want daar is het pas op 7 januari Kerstmis. Sinds vorig jaar is dat een officiële feestdag, niet alleen voor de 8 à 10 miljoen Koptische christenen. Die late datum is omdat de koptische kerk niet heeft meegedaan met een of andere Europese kalenderhervorming in de Middeleeuwen. De bloei van de kerk manifesteert zich in de bouw van nieuwe kerken, het herstel van kloosters, ettelijke Maria-verschijningen enzovoort.
Egypte speelt een bescheiden rol in het kerstverhaal. Vergeefs heb ik onlangs gezocht naar de kleine kapel aan de Nijl. Het was geloof ik een Armeens kapelletje, waar je nog de handafdruk van Maria in de muur kon zien. Op de vlucht naar Egypte namelijk moest de heilige familie met de pont over de Nijl; pas daarna waren ze veilig. Welnu, aan de westeljke Nijloever kon Maria eindelijk ontspannen, ze ging tegen die muur zitten en liet daarin haar handafdruk achter. Maar misschien is die kapel wel ten offer gevallen aan de autosnelweg, of ik heb verkeerd gekeken. Of omdat het een Armeense kapel was kon hij makkelijk gesloopt worden, want er zijn niet veel Armeniërs meer in Egypte.
Op de plek waar het jonge gezin gewoond heeft staat nu een kerk. En in Matariya, tegenwoordig prettig per metro te bereiken, heeft het kindeke Jezus een bron geslagen en staat nu nog een grote Maria-boom. En een kerk natuurlijk. De heilige familie heeft ook een rondreis door Eypte gemaakt en een spoor van kerken, kloosters en kapellen achtergelaten. De plek waar zij scheep ging wordt nog in ere gehouden. Er is laatst in de Nijl een drijvende Bijbel gevonden, die was opengeslagen bij een vers met Gods zegen voor Egypte.
De viering van het Kerstfeest is meestal soberder dan bij ons, al zijn westerse kerstgewoontes ook doorgedrongen. De adventstijd is vastentijd; men legt voedsel opzij om met Kerst onder de armen te kunnen verdelen. Er wordt wel een lekker kerstgebak gemaakt, dat de vrouwen tijdens de bereiding vanwege de vasten niet kunnen proeven. Ook is het de gewoonte, met Kerst in een geheel nieuw stel kleren te verschijnen.
De Kerstman (baba noël) rijdt begrijpelijkwijs hier niet op een rendier, maar op een kameel.
Mijn grootvader van moederskant was een self-made man, een succesvolle zakenman. Als visserszoon begreep hij ± 1917 als enige van zijn vijf broers dat er in de visvangst in de Nederlandse rivieren en de Biesbos niet veel muziek meer zat. Hij begon een klein handeltje, dat bij zijn dood tot een zeer grote en bloeiende firma was uitgegroeid.
Mijn grootouders waren gereformeerd. Zij namen hun geloof serieus en gaven zich niet over aan de geneugten van de wereld. Hoewel ... soms was het niet helemaal te vermijden. Als opa een zakendiner had zal hij daar toch wel van genoten hebben. Aan zijn lichaamsomvang te zien hield hij best van eten. Maar het ontbrak in de familie nogal aan goede smaak. Er kwam nooit een behoorlijk boek, stuk muziek, kledingstuk of meubel in heus, er werden geen theaters bezocht en het eten thuis was ook frugaal. Wel heb ik nu in een schoenendoos bij mijn zuster een menukaart teruggevonden van een bedrijfsjubileum uit 1938. Dat was duidelijk aan een dure cateraar uitbesteed, die daar zijn kans geroken heeft. De fijnste spijzen en grote wijnen stonden er op die kaart! Het kan toch haast niet anders of daar moeten ze een beetje van genoten hebben. Gepaste vreugde zullen we maar zeggen. Maar in principe was het niet de bedoeling dat er genoten werd. Winsten werden geïnvesteerd in het bedrijf zelf, overwinsten gingen naar de bouw van een kerk. Zo hoefden de gereformeerden van het dorp zondags niet meer te voet naar het dorp 7 km. verderop en weer terug. Er reed wel een treintje, maar daar mochten ze op zondag niet in. Hoewel opa zelf op hogere leeftijd niet meer naar die nieuwe kerk ging. Iedere zondag (!) reed hij met de auto naar Noordeloos. Daar kerkte hij bij een heel steile predikant, of misschien was het alleen maar een oefenaar (lees Siebelink), waar de psalmen nog op hele noten gezongen werden (lees 't Hart).
Vreselijk streng en benepen waren ze eigenlijk niet, mijn grootouders. En ze hadden beiden een vriendelijk en open karakter. Maar dank zij de verzuiling in Nederland kwam het gewoon niet bij hen op dat er nog een wijdere wereld bestond. En als ze eens iets merkten, dan waren voor hen Willem Rooijaards, Mengelberg of Ank van der Moer van dezelfde orde als Josephine Baker in haar bananenrokje. In de wereld van de kunst en het theater, dat wisten ze zeker, daar heersten drankzucht en overspel, en de uitvoeringen waren vaak op zondag. Niets voor ons soort mensen, en trouwens, wat dat alles niet kostte!
Rijk waren ze dus, mijn grootouders; maar vrijwel immuun voor alles wat mooi, lekker of smaakvol was. Hun economie is als volgt samen te vatten: "Het mag best wat kosten, als je er maar geen plezier van hebt."
En ziedaar, dat is precies de indruk die ik heb van de Nederlandse economie als geheel, nog heden. Het calvinisme zit er diep in. Nederland is tegenwoordig een stuk rijker dan Duitsland, maar je krijgt er veel minder waar, plezier en kwaliteit voor je geld.
Ik beken, ik ben te dik.
Daardoor zie ik er minder goed uit, maar dat kan me niet schelen. Ik ben geen vrouw, en bovendien op een leeftijd dat de uiterlijke verschijning er sowieso niet meer toe doet.
Maar te dik is ongezond. Vroeger kon het me niet schelen, omdat alles toch wel functioneerde. Nu ik ouder en zwakker begin te worden moet ik zuiniger worden met mijn ressources.
Ondikke mensen namelijk
- hebben minder last van hun gewrichten
- hebben minder hoge bloeddruk
- hebben meer Biß
- hebben betere seks
- functioneren dus beter.
Er moeten dus enkele kilo's af. Maar dat is niet makkelijk, in een Marburg waar de mensen van pure vertwijfeling dicht op elkaar kruipen. Met verreweg de meeste mensen kun je niet naar bed, dus wat kun je anders met ze doen dan eten en drinken?
Fit blijven door beweging, dat was vroeger. Twee maal in de week Aikido training, en ik kon eten wat ik wou. Dat was nog tot 2003. Fietsen doe ik nog, maar niet heftig genoeg om er een training aan te hebben. Nu blijft mij, door die knie, alleen nog Aqua Jogging als cardio training. En dat is zó stomvervelend .... .
Ik weet al het nodige van voedingsleer, maar tot heden verdom ik het, mijn voeding aan te passen.
Het is advent. Het onderwerp "in stukken verdelen van het menselijk lichaam" hoeven we echter, als we het aan Loriot overlaten, nog niet vaarwel te zeggen.
Als u zich afvraagt wat dat ronde lichte ding op de foto hierboven is, dat wordt duidelijk op de foto hieronder.
Het is het stoomreuzenrad uit 1897. Inderdaad staat er een dampende stoommachine naast. Maar de verlichting is, zoals het ding trots vermeldt, electrisch.
Sinterklaas heeft niet alleen verdienste voor kinderen, maar ook voor de wetenschap. Toen een hebzuchtige herbergier eens drie geleerden die op weg waren naar Athene had beroofd, geslacht en gepekeld heeft Sinterklaas, door een engel gewaarschuwd, de herbergier daarop aangesproken en de geleerden weer in orde gebracht.
Volgens een variant ging het om drie jongens, die de herbergier tot worst wilde verwerken.
Mijn collega S. is al dood. Vorig jaar is hij op zestigjarige leeftijd gestorven. Tot mijn verrassing was de begrafenis geheel islamitisch. Een familielid reciteerde een koransoera die naar zijn zeggen S's favoriete korantekst was geweest.
Ja, hij zal best moslim geweest zijn, maar daar had ik al die jaren nooit iets van gemerkt. Palestijn van geboorte, vluchteling, al dertig jaar in Duitsland, had alweer vele jaren de Duitse nationaliteit. We hebben nooit over godsdienst gesproken. Als het onderwerp zijdelings toch eens ter sprake kwam liet hij ongelovige, zelfs tamelijk atheistische geluiden horen. Maar nu werd hij dus islamitisch begraven. Ineens herinnerde ik mij dat hij altijd om vijf uur 's ochtends opstond. Naar hij zei omdat hij s morgens langzaam op gang kwam, om zijn fitnessoefeningen te doen, om zich voor te bereiden op het onderwijs. Kan zijn allemaal; of was het toch om het vroege ochtengebed te verrichten?
Mijn vriend K. leeft nog volop. Hij drinkt graag een glas te veel; met mij bij voorbeeld, of in groter gezelschap. Hij speelt graag darts in een cafe. Zijn lievelingsgerecht is varkenshaasje in roomsaus. Ik maak het soms voor hem als hij op bezoek komt.
K. heeft een Turkse naam en een Turkse pas, maar op zijn werk laat hij zich Peter noemen. Zijn collega's weten "het" wel, maar het komt zo beter aan bij de klanten, zegt hij.
Nu zijn er twee soorten reacties mogelijk.
Die van de oprukkende nieuwe NSB: "Zie je wel, het blijven toch altijd dezelfde rotjoden, een vijfde colonne, je weet nooit wat je aan ze hebt!" O pardon, zei ik joden? Ik bedoelde natuurlijk moslims.
De tweede reactie, de mijne en die van hopelijk veel meer mensen, is er een van diepe schaamte. Is dat nodig, in mijn land, dat mensen die moslim en/of Turk zijn, dat verbergen? Dan wil ik hier ook niet meer wonen.
In mijn wens-Europa mogen ze bidden en reciteren wat ze willen, tulbanden en doeken dragen naar hartelust, en laat ze vooral ook minaretten op hun dak en in hun volkstuintje neerzetten!
Laatste reacties